Veelgestelde vragen
- Het gaat niet goed met mijn bedrijf, wat moet ik doen?
Denk niet dat het 'vanzelf wel weer aantrekt'. Probeer de oorzaak van het probleem te ontdekken, indien nodig met hulp van buitenaf. Houd in de gaten dat die oorzaak meestal niet (alleen) extern is. Er zijn altijd zaken te verbeteren in het bedrijf zelf. Houd in de gaten dat je daarvoor niet erg veel tijd hebt; kleine problemen worden heel snel groot en meestal is al de nodige tijd verstreken voordat alarm geslagen wordt.
Speel open kaart met de financier en andere belangrijke crediteuren. Voor een duurzame relatie is niets zo schadelijk als geschonden vertrouwen. Zelfs als een faillissement onafwendbaar blijkt, is het goed houden van de vertrouwensrelatie van groot belang voor de herstart.
- Bij wie kan ik terecht voor advies?
De huisbankier is een voor de hand liggende adviseur. Als het bedrijf ten onder gaat is dat ook voor de bank een strop. De belangen van bank en ondernemer zijn niet strijdig. Verder zijn er onafhankelijke adviseurs die meer of minder gespecialiseerd zijn in bedrijven van bepaalde omvang of in specifieke sectoren en specialistische kennis in huis hebben. De plaatselijke Kamer van Koophandel biedt vaak ook adviesdiensten, soms zelfs gratis of tegen een laag tarief.
- Goede raad is mooi, maar kan ik ook nog ergens financiële ondersteuning krijgen?
Ook hiervoor is de huisbankier een eerste aanspreekpunt. Kijk verder ook op www.subsidieshop.nl, de site die alle mogelijkheden die de overheid biedt beschrijft en toelicht. Als de financiƫle nood zo hoog is dat uitgaven voor levensonderhoud in het gedrang komen, neem dan contact op met de sociale dienst in de woonplaats. Er zijn mogelijkheden die helemaal zijn toegespitst op ondernemers.
- Wat gebeurt er als ik het toch niet red?
De bestaande Faillissementswet kent drie mogelijkheden:
- Het faillissement, dat zowel door de ondernemer zelf als door zijn of haar schuldeisers kan worden aangevraagd.
- De surseance van betaling, gericht op sanering van de onderneming, kan alleen door de ondernemer worden aangevraagd.
- De schuldsaneringsregeling (WSNP) staat alleen open voor natuurlijke personen. Dat kunnen ondernemers zijn die geen aparte rechtspersoon hebben voor hun onderneming of ondernemers die na of naast het faillissement van de rechtspersoon ook nog hoofdelijke schulden hebben.
Voorafgaand aan het inzetten van deze wettelijke mogelijkheden kan ook nog getracht worden om in der minne tot een akkoord te komen met de schuldeisers. Een schuldhulpverlener kan daarbij helpen. Er bestaan schuldhulpverleners die gespecialiseerd zijn in ondernemerszaken.
- Kan ik nog iets doen tegen een faillissementsaanvraag van een schuldeiser?
Als de aanvraag onterecht is, voornamelijk omdat de onderneming niet in betalingsproblemen is, kan dat aan de rechter worden gemeld. Dat zal in de praktijk niet zo vaak voorkomen, omdat de aanvrager van het faillissement moet laten zien dat er minstens twee schuldeisers zijn die onbetaalde vorderingen hebben waarvan de betalingstermijn is verstreken.
Als het faillissement is aangevraagd maar de ondernemer ziet nog mogelijkheden voor een sanering, kan hij zelf surseance aanvragen. Die aanvraag gaat dan voor in de behandeling, maar moet wel snel, vrijwel per omgaande ingediend worden.
- Waarom is een surseance dan aantrekkelijk?
In surseance houdt de ondernemer zelf mede de touwtjes in handen. De rechtbank benoemt een bewindvoerder, die met de ondernemer meekijkt maar niet helemaal de leiding overneemt. Als de sanering slaagt, dat wil zeggen als er inderdaad een akkoord tot stand komt met de crediteuren over gedeeltelijke afbetaling en gedeeltelijke kwijtschelding van de schulden, dan is de zakelijke relatie meestal gered voor de langere termijn. Zowel de schuldenaar als de schuldeisers hebben namelijk een stem in deze procedure terwijl een faillissement toch vooral lijdzaam ondergaan wordt. Daar staat tegenover dat veel surseances mislukken, meestal omdat de belangrijkste crediteuren geen vertrouwen meer hebben (zie ook vraag 1).
- Wanneer heeft zo'n surseance kans van slagen?
Er moet sprake zijn van een tijdelijk, oplosbaar probleem, anders is er feitelijk geen uitzicht op een haalbare sanering. Het probleem moet onder controle zijn, zodat er tijdens de surseance geen nieuwe schulden ontstaan.
De crediteuren die niet gebonden worden door de surseance, voornamelijk de bank en de fiscus, moeten voldoende vertrouwen hebben in de goede afloop omdat zij geheel vrijwillig moeten meewerken.
- Hoe verloopt een faillissement?
Het doel van een faillissement is het te gelde maken van de bezittingen, de activa van de schuldenaar ten behoeve van zijn schuldeisers.
De rechtbank benoemt een curator die belast is met de afwikkeling van de boedel. De ondernemer mag zelf eigenlijk niets meer doen in de onderneming. De curator inventariseert welke activa er zijn en wat daarvan de waarde is en verkoopt de activa om geld bijeen te brengen voor de schuldeisers. Het kan zijn dat de curator het bedrijf of delen daarvan nog even voortzet. Dat dient dan om deze bedrijfsonderdelen zo gunstig mogelijk te kunnen verkopen. Verder probeert de curator lopende verplichtingen zo snel mogelijk af te wikkelen zodat de schulden niet verder groeien. Omdat de schulden in een faillissement in de regel de activa ruimschoots overtreffen, blijft de schuldenaar aan het eind van deze procedure met lege handen achter.
- Ben ik na een faillissement van al mijn schulden af?
Nee, in principe niet. Als het bedrijf in een aparte rechtspersoon is ondergebracht (veelal een BV) is dat in de praktijk vaak wel het geval. Maar dat komt dan omdat de BV wordt ontbonden nadat de activa te gelde zijn gemaakt en verdeeld onder de schuldeisers. Als de BV niet meer bestaat, worden de schulden die de BV nog had ook oninbaar. Dat neemt niet weg dat de ondernemer in veel gevallen hoofdelijk aansprakelijk zal zijn voor (een deel van) de schulden, bijvoorbeeld omdat een persoonlijke garantstelling is gevraagd door de crediteur. De schulden van de ondernemer persoonlijk die na het faillissement (dus na liquidatie van alle activa) overblijven, blijven gewoon opeisbaar.