Oorzaak en perceptie
In de jaren 1993 - 2004 startten er jaarlijks tussen de 37.000 en 69.000 bedrijven in Nederland, gemiddeld 240 per dag. Het gros van de failliete ondernemingen is uit deze categorie afkomstig. Het faillietgevoelige bedrijf is volgens publicist Robert Blom een jonge onderneming (tot vier jaar) met een zeer beperkt aantal werknemers en een ondernemer die jonger is dan 36, een lage tot middelbare opleiding en die zonder vak- of ondernemersdiploma en met een geringe ervaring aan het ondernemerschap is begonnen. Faillietgevoelige sectoren zijn de zakelijke dienstverlening, bouwnijverheid en horeca.Worden ondernemers gevraagd naar de oorzaken van hun bankroet, dan komen daar de volgende antwoorden op: financiële problemen (70%), commerciële problemen (70%), problemen met het personeel (58%) en het faillissement van opdrachtgevers (55%). Curatoren hebben een heel andere beeld. Bij hen is de volgorde van faillissementsoorzaken achtereenvolgens ondeskundig ondernemerschap, bedrijfs-economische oorzaken, financieringsproblemen en fraude. Volgens de Nederlandse curatoren had het overgrote deel van de faillissementen voorkomen kunnen worden. Blom onderzocht voor zijn boek "Faillissement, oorzaak en gevolg"wat gefailleerde ondernemers doormaken. Hij concludeerde dat bijna de helft van de ondernemers van wie het bedrijf onderuit is gegaan, in ernstige financiële problemen verkeert. Bijna een derde moest de eigen woning verkopen en een kwart ervaart dat ook de gezinsleden ernstig onder de situatie lijden. Bijna vijftien procent is gescheiden of heeft de relatie verbroken onder invloed van de stress die een faillissement met zich meebrengt. Eenderde vindt het moeilijk om na hun faillissement weer een normaal leven op te bouwen. Zij lijden onder onbegrip, verwijten en praktische omstandigheden die het lastig maken de draad van het dagelijks leven en het ondernemerschap weer op te pakken.
Bovenstaande cijfers en feiten illustreren dat "failliet gaan" veel meer aspecten heeft dan alleen zakelijke en formele. Dat pleit voor een bredere benadering door de partijen die betrokken zijn bij een dergelijk malheur. In 1998 is de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen van kracht geworden. Deze wet neemt veel langjarige pijn weg bij eenmansbedrijven die op de fles zijn gegaan. Voor besloten vennootschappen en nv's geldt echter nog steeds de Faillissementswet uit 1893 (!). Deze is op punten aangepast in de afgelopen decennia, maar de contouren ervan tonen nog steeds een stevige negentiende eeuwse retoriek. En die staat in schril contrast met de actuele noodzaak van ondernemerschap. De waarschuwing van de OESO dat Nederland te weinig startende ondernemers kent, te weinig spin offs van het wetenschappelijk onderwijs genereert en te laks is als het gaat om innovativiteit, dateert al van jaren geleden. Met een haperende economie is de urgentie van nieuw en vooral succesvol ondernemerschap actueler dan ooit.Maar de maatschappelijke perceptie van faillissementen staat dit in de weg."Het stigmatiseren van 'mislukte ondernemers' is een typisch Nederlandse eigenschap", concludeerde EZ-topambtenaar Roel Nieuwenkamp tijdens een EIMdiscussie medio 2005."Het is een cultuurprobleem dat niet meteen kan worden opgelost." Hij pleit voor aanpassing van de faillissementswetgeving om doorstarts beter mogelijk te maken. Ook internationaal worden deze signalen herkend. De Europese Commissie publiceerde in 2003 een Groenboek over ondernemerschap in Europa, dat de maatschappelijke perceptie van faillissementen als primair probleem bestempelde. Het stigma op zakelijk falen dient te verdwijnen, als het aan de EU ligt. De commissie verwijst naar de Verenigde Staten,waar het onderuit gaan als ondernemer veel meer wordt beschouwd als een leerervaring dan als een persoonlijk falen. Die mentaliteit moeten Europese ondernemers zich eigen maken. Met reden,want uit een studie van de Boston Consulting Group uit 2001, blijkt dat ondernemers die een keer zijn onderuitgegaan, van hun fouten leren en in de herhaling daarmee meer succes boeken. Andere onderzoeken tonen volgens de Europese beleidsmakers aan, dat hernieuwing van het ondernemerschap tot groei van het BNP leidt en daarmee ook van de werkgelegenheid.
Onderzoek van de Europese Unie leert, dat Europeanen veel meer angst hebben om failliet te gaan dan hun ondernemende evenknieën in Amerika. Maar liefst 45 procent van de Europese ondernemers is bang voor een zakelijk bankroet en voor 35 procent strekt zich dat uit tot het verlies van persoonlijke bezittingen. In de VS zijn die percentages respectievelijk 36 en 21. Aardig detail is, dat Nederlanders iets minder angst voor deze zaken hebben dan in andere EU-landen.Waar in Duitsland, Engeland en Denemarken tussen 2003 en 2005 de angst voor een zakelijk bankroet toenam met tussen de negen en twaalf procent, daalde dit in Nederland met 4 procent.
